Vervolg: Ziekte van Leigh (Leigh disease)

Klinische kenmerken

Een bilaterale (beide hersenhelften) doorschijning van de basale ganglia (ontdekt d.m.v. een CT scan/MRI scan) (basale ganglia = benaming voor enkele strukturen van grijze stof in de hersenen). Optische atrofie, Ophtalmoplegia (verlamming van de oogspieren), Nystagmus (onwillekeurige heen en weer gaande bewegingen van de oogbollen) , Luchtweg complicaties, Ataxia (coördinatiestoornissen voornamelijk bij het lopen), Hypothonie (spierslapte), Spasticiteit en psychomotore retardatie (stilstaan of achteruitgaan van de ontwikkeling).

Een algemeen kenmerk van het klinische verloop in de Ziekte van Leigh is een abrupte verergering van de klinische en metabole status van de patiënten door infecties. Dit kan veroorzaakt worden door het directe effect van bepaalde bacteriële endotoxinen (vergif dat zich in sommige bacteriën bevindt) en virussen in het onderliggende OXPHOS defect.


Enzymdefecten

Patiënten met Leigh encephalopathie hebben verschillende enzymdefecten in de mitochondriële ademhalingsketen. Cytochroom c oxidase deficiëntie (complex IV) is het meest gerapporteerd; gevolgd door NADH Dehydrogenase deficiëntie (complex I). Gevolgd door Pyruvate Dehydrogenase deficiëntie en Pyruvate Carboxylase deficiëntie.


Overerving

De volgende patronen van erfelijkheid zijn waargenomen:

  • Maternale overerving (van de moeder);
  • Autosomaal recessief erfelijk (van de vader; van de moeder; of van beide) ;
  • Een X-gebonden overerving (autosomaal dominant).
  • Spontaan opgetreden gen mutaties


Synoniemen

  • Leigh Necrotizing Encephalopathy. (encephalopathie = degeneratieve hersenaandoening )
  • Leigh's Syndrome
  • Necrotizing Encephalomyelopathy of Leigh's
  • SNE
  • Subacute Necrotizing Encephalopathy


Herkomst van de naam

Leigh, D. Engels zenuwarts:

Toen Denis Leigh in 1951 deze ziekte voor het eerst beschreef was hij arts-assistent bij The Department of Neuropathology, Intitute of Psychiatry, Maudsley Hospital, London.